Narcose tijdens de operatie: 0-6 jaar

Onderstaande informatie is van toepassing op kinderen van 0-6 jaar.

Wij willen u graag informeren over de anesthesiologische aspecten en de logistieke gang van zaken rondom de liesbreukoperatie van uw kind.

Hier kan op indicatie in een enkel geval vanaf geweken worden.

De toestemming voor de behandeling zal u op de ochtend voor de operatie op de polikliniek gevraagd worden. Mochten er na het lezen van deze informatie nog onduidelijkheden of vragen zijn, dan kunt u laagdrempelig contact met ons opnemen.

DRIE WEKEN VOOR DE OPERATIE

Indien uw kind in deze periode ziek is en/of koorts heeft gehad of in contact is geweest met een kind met waterpokken of andere kinderziekten (zoals bof, mazelen, kinkhoest, rode hond en roodvonk), dan verzoeken wij u telefonisch contact met ons op te nemen. Het kan zijn dat de operatie in dit geval uitgesteld moet worden voor de veiligheid van uw kind.

Ten aanzien van vaccinaties gelden de volgende regels:

  • Vaccinatie BMR niet binnen 14 dagen voor of na operatie.
  • Vaccinatie DKTP, Hemophilus influenzae B, Meningococcen, Hepatitis A en B, Pneumococcen niet binnen 2 dagen voor of na operatie

DE OCHTEND VAN DE OPERATIE

Voorbereidingen thuis
Uw kind dient op het moment van de operatie nuchter te zijn. Dit voorkomt dat maaginhoud tijdens de narcose in de longen kan komen. Het is dan ook belangrijk dat de maag geen eten en drinken meer bevat. Daarom wordt u gevraagd de onderstaande regels te volgen.

Nuchterbeleid

  • 6 uur voor de operatie mag er niet meer gegeten worden, ook stopt dan het drinken van flesvoeding of andere zuivelproducten
  • Borstvoeding mag tot 4 uur voor de operatie doorgegeven worden.

Tot 2 uur voor de operatie mag er helder vloeibaar gedronken worden (water, heldere appelsap, limonade en thee). Daarna is drinken niet meer toegestaan.

Bezoek anesthesioloog
Na uw bezoek aan de kinderchirurg krijgt u nog een gesprek met een anesthesioloog. In dit gesprek kunnen eventuele onduidelijkheden en vragen nog beantwoord worden. Dit is niet de anesthesioloog die bij de operatie aanwezig zal zijn. Hierna gaat u met uw kind naar de dagbehandeling ter voorbereiding op de operatie.

 

DE OPERATIE

Anesthesietechniek liesbreukoperatie
De liesbreukoperatie vindt plaats onder algehele anesthesie in combinatie met een plaatselijke verdoving. Door de algehele anesthesie (narcose) slaapt uw kind en maakt van de operatie niets mee. Door de plaatselijke verdoving (caudaal blok) heeft uw kind na de operatie weinig of geen pijn. Bij afwijkingen van rug of wervelkolom en bij stollingsstoornissen is een caudaal blok niet geschikt. Dan zal er alternatieve pijnstilling gegeven worden tijdens en na de operatie.

Naar de operatiekamer
Er mag één ouder als begeleider mee tot uw kind onder narcose is.
In de voorbereidingsruimte ziet u de anesthesioloog die de narcose van uw kind zal verzorgen. Deze neemt samen met u een veiligheidschecklist door. Daarna wordt u samen met uw kind meegenomen naar de operatiekamer.

Op de operatiekamer
In aanwezigheid van het operatieteam wordt nog eenmaal een veiligheidschecklist met u doorgenomen waarna de operatie gaat beginnen. Het in slaap brengen zal in principe gebeuren met een kapje. Door in het kapje te ademen krijgt uw kind anesthesiedamp binnen en valt in slaap. Als uw kind slaapt verlaat u de operatiekamer en wordt u begeleid naar de dagbehandeling.

Tijdens de narcose
Uw kind zal aangesloten worden aan de bewakingsapparatuur om tijdens de operatie hartslag, bloeddruk en zuurstof gehalte te kunnen meten. Al slapend wordt er een infuus ingebracht in de hand of de voet. Dit wordt gebruikt om vocht en medicatie te geven. Tijdens de operatie wordt de ademhaling van uw kind ondersteund. Hiervoor wordt een keelmasker in de mond ingebracht waarvan uw kind niets merkt. Daarna zal de zenuwverdoving geprikt worden, ook wel caudaal blok genoemd.

Caudaal blok
Deze verdoving wordt toegepast voor operaties onder het niveau van de navel en zorgt ervoor dat uw kind na de operatie weinig tot geen pijn heeft. De werking begint tijdens de operatie en werkt hierna nog ongeveer zes uur door. Deze verdovingstechniek is geschikt voor kinderen tot ca zes jaar. De anesthesioloog geeft vlak boven de stuit met een speciale naald een verdovingsmiddel. Hiermee worden de grote zenuwen naar de benen, billen en geslachtsorganen en daarmee het operatie gebied verdoofd. Het caudaal blok is een veilige verdoving en een zeer goede manier van pijnbestrijding. Hierdoor zijn er minder andere pijnstillers nodig die onaangename bijwerkingen zoals misselijkheid, jeuk en slaperigheid kunnen hebben. Het caudaal blok is een veilige methode, echter zijn er ook bijwerkingen.

Bijwerkingen caudaal blok
 – De meest voorkomende bijwerking (1 op 10 kinderen) is een spierzwakte in de benen. Dit is tijdelijk en verdwijnt weer wanneer de verdoving uitwerkt.
– In sommige gevallen (1 op de 20 kinderen) is de verdoving en pijnstilling niet voldoende. In dit geval start de anesthesioloog al tijdens de operatie met andere vormen van pijnstilling.
– Na de operatie is plassen in de regel geen probleem. In enkele gevallen is dit wat lastiger waardoor er tijdelijk een catheter gebruikt wordt om de blaas te legen.

Zeldzame bijwerkingen en complicaties
– Het risico voor zenuwschade is zeer klein (kleiner dan 1 op 100.000 kinderen). Schade kan tijdelijk of permanent zijn.
– Door de steriele werkwijze is de kans op infectie bij de injectieplaats zeer klein. Er kan roodheid of een kleine bloeduitstorting rondom de injectieplaats optreden. Dit herstelt binnen enkele dagen.

NA DE OPERATIE

Uitslaapkamer
Zodra de operatie klaar is wordt uw kind naar de uitslaapkamer gebracht, hier mag weer één ouder bij aanwezig zijn. Op de uitslaapkamer wordt uw kind verder bewaakt en wordt er gekeken of de pijn onder controle is en of uw kind niet misselijk is. Het kan zijn dat uw kind nog extra zuurstof en medicijnen nodig heeft. Wanneer uw kind goed wakker en comfortabel is gaat u samen met uw kind terug naar de dagbehandeling.

Pijnstilling na de operatie
Tijdens de operatie is al gestart met pijnstilling. De caudale verdoving werkt nog een aantal uren door na de operatie. Verder is er via het infuus paracetamol gegeven.

VERLATEN VAN DE DAGBEHANDELING
In verband met de caudale verdoving die tijdens de operatie gegeven is, is het belangrijk dat uw kind geplast heeft voordat u en uw kind weer naar huis mogen. We adviseren de pijnbehandeling thuis met paracetamol zetpillen voor te zetten. Doseringsadvies wordt op de dag van de operatie gegeven.

CONTACT OPNEMEN
Mochten er na het lezen van de informatie nog vragen zijn, is er sprake van ziekte en/of koorts of contact met kinderziekten zoals hierboven beschreven, neem dan contact op met:

Preoperatieve screening anesthesiologie
Telefoon +31 (0)20 4442071
Op maandag tot en met donderdag tussen 8.00 en 16.00 uur en op vrijdag tussen 8.00 en 12.00 uur.